Spuugzat ben ik mijn winterjas. Dat dikke, onhandige ding, samen met de wanten, sjaals, mutsen en laarzen. Ze mogen allemaal zo ver mogelijk opgeborgen worden, achterin mijn kast. Elke dag stap je, dik ingepakt, vol goede moed op je fiets, om vervolgens zwaar onderkoeld op school te komen. Het moest eens afgelopen zijn met de winter.
En gelukkig, mijn smeekbeden zijn gehoord: af en toe breekt de zon door, maar mijn zomerjas kan nog niet tevoorschijn worden gehaald. Dat ik nu überhaupt al kan denken aan de lente, maakt mij blij. De hyacinten, narcissen, alle bloemen komen omhoog. Kleine eendjes die trots achter hun ouders aan paraderen, wakker worden door het gezang van de vogeltjes en lammetjes in de wei. Al dat alles kan maar één ding betekenen: Lente. Ik kan weer langzaamaan gaan denken aan sandaaltjes, ballerina’s en T-shirts waar je géén jasje of vestje overheen hoeft. Om over het shoppen voor zomerkleren nog maar te zwijgen. Helaas is het allemaal nog niet zover. Ik wil tegen iedereen met Uggs zeggen dat, als eenmaal de zon is doorgebroken, ze die dingen de komende paar maanden niet meer aantrekken. Ze doen me teveel denken aan de winter. En als er iets is waar ik voorlopig niets meer van wil horen en zien, is het wel de winter. Daar hebben we ons portie wel weer van gehad. Heerlijk, die lentekriebels.